27/03/2019

Nieuwe rapporterings- en inhoudingsverplichtingen

Afgelopen vrijdag, 22 maart 2019, verscheen in het Belgisch Staatsblad een wet die voorziet in een nieuwe verplichting voor alle Belgische werkgevers om bezoldigingen betaald of toegekend door een buitenlandse vennootschap die met de Belgische werkgever verbonden is, te rapporteren aan de Belgische fiscus en te onderwerpen aan bedrijfsvoorheffing.

Tot op vandaag hadden Belgische werkgevers geen inhoudingsplicht voor de bedrijfsvoorheffing, noch een ficheverplichting voor bezoldigingen toegekend door een buitenlandse groepsvennootschap indien de Belgische werkgever niet betrokken was bij de toekenning van die bezoldiging. De enige uitzondering op dit principe was de ficheverplichting voor aandelenopties die voldeden aan de voorwaarden van de Aandelenoptiewet van 26 maart 1999. De werknemer was er daarentegen wel toe gehouden om de buitenlandse inkomsten te vermelden in zijn aangifte in de personenbelasting. De huidige invoering van de inhoudingsplicht, waarbij de belastingen via de payroll betaald worden aan de bron, kadert in de strijd tegen sociale en fiscale fraude.

Daar waar in het verleden de Belgische werkgever soms niet eens op de hoogte was van het feit dat buitenlandse bezoldigingen (veelal aandelen) werden toegekend aan zijn werknemers door een buitenlandse groepsvennootschap, zal dit ingrijpend wijzigen in de toekomst, met meer communicatie tussen de Belgische werkgever en de buitenlandse groepsvennootschappen tot gevolg.

Inhoudingsplicht bedrijfsvoorheffing

Met retroactieve ingang van 1 maart 2019 zullen alle belastbare bezoldigingen betaald door een buitenlandse moeder- of groepsvennootschap belast worden via de payroll aangezien ze onderworpen zijn aan bedrijfsvoorheffing. De bedrijfsvoorheffing dient aangegeven te worden op maandelijkse basis. De betaling van de bedrijfsvoorheffing is verplicht op maand- of kwartaalbasis.

Rekening houdend met het feit dat de wet in werking is getreden op 1 maart, betekent dit dat er geen inhoudingsplicht is voor de bedrijfsvoorheffing op de buitenlandse inkomsten toegekend in januari en februari 2019. Gelieve wel te noteren dat de belastbare bezoldigingen van deze maanden gerapporteerd moeten worden op de fiches van 2019 die aan de FOD Financiën moeten bezorgd worden voor 1 maart 2020.

Ficheverplichting

De Belgische werkgever zal alle bezoldigingen betaald door een buitenlandse moeder- of groepsvennootschap waarmee de Belgische werkgever verbonden is, moeten rapporteren. Deze rapportering gebeurt via de jaarlijkse fiscale fiche “281”. Die fiche bevat de belastbare inkomsten van werknemers/bestuurders. De werkgever is verplicht om deze fiche aan zijn personeel te bezorgen en zij dienen op hun beurt de gegevens die vermeld zijn op de fiche te gebruiken om hun belastingaangifte in te dienen.

Belgische sociale zekerheid op buitenlandse bezoldigingen

Het uitgangspunt in de Belgische wetgeving is dat er sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn op loon. Eén van de voorwaarden om een voordeel als loon te beschouwen is het feit dat het voordeel ten laste moet zijn van de werkgever. Deze voorwaarde is terug te vinden in de Loonbeschermingswet van 1965. Tot het derde kwartaal van 2018 was de Belgische Rijkdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ) van mening dat voordelen niet “ten laste van de werkgever” waren indien de werknemer het voordeel noch op financieel vlak noch op juridisch vlak (bv. omdat het recht op het voordeel contractueel overeengekomen was) van de Belgische werkgever kon afdwingen. Met andere woorden: indien het voordeel was toegekend aan de werknemer door een buitenlandse groepsvennootschap zonder tussenkomst van de Belgische werkgever, dan was dat voordeel niet onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen.

In haar administratieve instructies van het derde kwartaal van vorig jaar wijzigt de RSZ echter haar standpunt en zouden sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn op alle voordelen in verband met de prestaties geleverd in het kader van de arbeidsovereenkomst van de werknemer of die verband houden met de functie die de werknemer bij de werkgever uitoefent. Dit principe is van toepassing zelfs indien de (Belgische) werkgever helemaal niet betrokken wordt bij de betaling/toekenning van het voordeel.

Volgens de meerderheid van de Belgische auteurs die gespecialiseerd zijn in deze materie gaat het standpunt van de RSZ te ver, aangezien het niet in lijn is met de definitie en de notie van salaris zoals vastgelegd in de Loonbeschermingswet van 1965.

Aangezien het gewijzigde standpunt van de RSZ gepubliceerd werd in hun recente instructies is de kans echter reëel dat zij hun standpunt zullen afdwingen en dat we de eerste rechtszaken dienen af te wachten vooraleer eventuele wijzigingen doorgevoerd zullen worden.

Actiepunten

  • Belgische werkgevers dienen hun buitenlandse moederbedrijven of groepsvennootschappen te informeren over de wijziging in de Belgische wetgeving, zelfs indien ze op dit ogenblik nog niet op de hoogte zouden zijn van bezoldigingen toegekend of betaald aan hun Belgische werknemers door een buitenlandse groepsvennootschap;
  • Werkgevers dienen Pro-Pay of hun sociaal secretariaat te informeren over buitenlandse bezoldigingen die onderworpen zijn aan de inhoudingsplicht voor de bedrijfsvoorheffing. In het geval van twijfel over de belastbaarheid van bepaalde bezoldigingen of het belastbaar tijdstip raden we werkgevers aan het advies in te winnen van een gespecialiseerd belastingsadviseur;
  • Werkgevers dienen Pro-Pay of hun sociaal secretariaat te informeren over bezoldigingen betaald door een buitenlandse groepsvennootschap aan Belgische werknemers in de maanden januari en februari 2019 met het oog op een correcte rapportering volgend jaar op de fiche 281.




Op de hoogte blijven van al ons nieuws? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief:

Voornaam (*) Naam (*) E-mail (*)


Om uw surfervaring te verbeteren maakt Pro-Pay gebruik van cookies. Door te klikken op "OK" of door te navigeren op deze site gaat u akkoord met het gebruik van deze cookies.
Meer informatie   OK